|
Probleemstelling:
Als de
dummy aan één van de spelers van de tegenpartij vraagt of die verzaakt heeft,
dan mag dat niet volgens artikel 61B van de wedstrijdregels voor bridge; er is
in strijd met de regelgeving door de dummy de aandacht gevestigd op een
verzaking van de tegenpartij (aannemende dat er inderdaad verzaakt is). De
verzaking wordt voldongen (?), maar er bestaat geen sanctie t.o.v de dummy.
Waarom staat die beperking van de blinde er dan eigenlijk in?
Antwoord:
Inderdaad mag de dummy de tegenspelers niet
vragen of zij verzaakt hebben. Als de dummy dat doet is er een overtreding. Er
wordt in de spelregels voor deze overtreding geen specifieke straf genoemd. Maar
zo’n overtreding kan wel bestraft worden volgens bijv. artikel 90.
De verzaking zal veelal voldongen worden als één van de spelers van de
verzakende partij (hier tegenpartij) in de volgende slag gespeeld heeft (art.
63).
Dus het kan zelfs nu zo zijn dat de verzaking niet voldongen wordt (als geen van
de spelers van de tegenpartij in de volgende slag nog bijgespeeld heeft). Niet
zo handig van dummy lijkt mij.
De opmerking die dummy in een dergelijk geval maakt is geoorloofde informatie
voor de tegenspelers en ongeoorloofde informatie voor de leider.
De leider mag van deze opmerking van dummy geen gebruik maken in het verdere
spelen. Stel het volgende geval. De leider Zuid zit in een 3NT kontrakt. De
leider heeft t/m de 9-slag 6 slagen gemaakt. In de 10-de slag speelt Zuid een H
uit zijn hand. West heeft nog 2
in zijn hand maar speelt 4
bij, dummy 3
en Oost wint de slag met A.
Oost aan slag speelt in de 11-de slag 6
na. Zuid speelt V
bij, West 2
en dummy 8.
De slag wordt nu dus door Zuid gewonnen.
De laatste kaarten zijn de volgende :
De stand van zaken is op dit moment als
volgt :
Zuid is leider en moet 3NT spelen.
NZ hebben 7 slagen ; OW hebben 4 slagen.
Zuid moet in de 12-de slag uit zijn/haar hand voorspelen.
Het is niet bekend wie H
heeft.
Om het kontrakt te maken zal de leider het
percentage spel van het nemen van de Ru-snit spelen. Als de leider de snit neemt
dan gaat hij zoals de kaarten liggen 2 down. De leider zit te denken en nu zegt
dummy tegen West. “Jij hebt volgens mij in de voorlaatste slag verzaakt toch ?”.
Dummy mag dit nu niet zeggen (art 61B). Na afloop van het spelen (dus
nadat de 13-de slag gespeeld is) zou dummy dit wel mogen zeggen en dat zou deze
dummy vast doen en het gevolg daarvan zou in dit geval zijn dat de OW partij één
slag moeten afdragen aan de NZ partij. Als de leider hierop geattendeerd door
zijn dummy nu Ru A slaat uitgaande van het feit dat hij dan 8 slagen heeft (de
leider weet niet dat Ru H sec is) en door de verzaking er minstens eentje
bijkrijgt (en geen risico neemt door te snijden) dan maakt de leider gebruik van
de ongeoorloofde inlichting en dat mag niet.
De arbiter zal beslissen dat de leider
zonder de voorinformatie van zijn dummy de Ru-snit zal nemen , vervolgens 2 down
gaat.
Na afloop van het spelen mag en zal de dummy
wel attenderen op de verzaking en dan wordt de verzaking alsnog bestraft en
krijgen NZ een slag terug volgens artikel 64 en het resultaat wordt uiteindelijk
3NT-1.
Belangrijk is dat door deze overtreding van
dummy de leider een informatie krijgt die hij/zij in het verdere spelen NIET
mag gebruiken. Dummy kan zijn eigen partij hiermee behoorlijk benadelen.
|