NBB District Delft

Dummy vraagt naar verzaking


 

Nieuws/Home
Bridgelinks 
Archief
Bridgeclubs

Organisatie
Organisatie
ALV's & Verslagen
Kalender 11-12.pdf

Opleiding & Kader
Toekomstdrive
Cursussen & docenten

CL-A & CL-B cursus
Kaderdag

Wedstrijden info
Districts Competities
Viertallen informatie
Zomeravonddrives
Toernooien & drives

Uitslagen District 

Arbitragehoek

Probleemstelling:

Als de dummy aan één van de spelers van de tegenpartij vraagt of die verzaakt heeft, dan mag dat niet volgens artikel 61B van de wedstrijdregels voor bridge; er is in strijd met de regelgeving door de dummy de aandacht gevestigd op een verzaking van de tegenpartij (aannemende dat er inderdaad verzaakt is). De verzaking wordt voldongen (?), maar er bestaat geen sanctie t.o.v de dummy. Waarom staat die beperking van de blinde er dan eigenlijk in?

Antwoord:

Inderdaad mag de dummy de tegenspelers niet vragen of zij verzaakt hebben. Als de dummy dat doet is er een overtreding. Er wordt in de spelregels voor deze overtreding geen specifieke straf genoemd. Maar zo’n overtreding kan wel bestraft worden volgens bijv. artikel 90.
De verzaking zal veelal voldongen worden als één van de spelers van de verzakende partij (hier tegenpartij)  in de volgende slag gespeeld heeft (art. 63).
Dus het kan zelfs nu zo zijn dat de verzaking niet voldongen wordt (als geen van de spelers van de tegenpartij in de volgende slag nog bijgespeeld heeft). Niet zo handig van dummy lijkt mij.
De opmerking die dummy in een dergelijk geval maakt is geoorloofde informatie voor de tegenspelers en ongeoorloofde informatie voor de leider.
De leider mag van deze opmerking van dummy geen gebruik maken in het verdere spelen. Stel het volgende geval. De leider Zuid zit in een 3NT kontrakt. De leider heeft t/m de 9-slag 6 slagen gemaakt. In de 10-de slag speelt Zuid een  H uit zijn hand. West heeft nog  2 in zijn hand maar speelt 4 bij, dummy 3 en Oost wint de slag met   A. Oost aan slag  speelt in de 11-de slag 6 na.  Zuid speelt  V bij, West 2 en dummy 8. De slag wordt nu dus door Zuid gewonnen.

De laatste kaarten zijn de volgende :

 

  A V

 

 

  7 6

  H

  T

 

   8 5

 

De stand van zaken is op dit moment als volgt :
Zuid is leider en moet 3NT spelen.
NZ hebben 7 slagen ;  OW hebben 4 slagen.
Zuid moet in de 12-de slag uit zijn/haar hand voorspelen.
Het is niet bekend wie  H heeft.

Om het  kontrakt te maken zal de leider het percentage spel van het nemen van de Ru-snit spelen. Als de leider de snit neemt dan gaat hij zoals de kaarten liggen 2 down. De leider zit te denken en nu zegt dummy tegen West. “Jij hebt volgens mij in de voorlaatste slag verzaakt toch ?”.  Dummy mag dit nu niet zeggen (art 61B). Na afloop van het spelen (dus nadat de 13-de slag gespeeld is) zou dummy dit wel mogen zeggen en dat zou deze dummy vast doen en het gevolg daarvan zou in dit geval zijn dat de OW partij één slag moeten afdragen aan de NZ partij. Als de leider hierop geattendeerd door zijn dummy nu Ru A slaat uitgaande van het feit dat hij dan 8 slagen heeft (de leider weet niet dat Ru H sec is) en door de verzaking er minstens eentje bijkrijgt (en geen risico neemt door te snijden) dan maakt de leider gebruik van de ongeoorloofde inlichting en dat mag niet.

De arbiter zal beslissen dat de leider zonder de voorinformatie van zijn dummy de Ru-snit zal nemen , vervolgens 2 down gaat.

Na afloop van het spelen mag en zal de dummy wel attenderen op de verzaking en dan wordt de verzaking alsnog bestraft en krijgen NZ een slag terug volgens artikel 64 en het resultaat wordt uiteindelijk 3NT-1.

Belangrijk is dat door deze overtreding van dummy de leider een informatie krijgt die hij/zij in het verdere spelen NIET mag gebruiken. Dummy kan zijn eigen partij hiermee behoorlijk benadelen.