| |||||
|
Organisatie |
Wedstrijdtype: Parendrive april 2007 in distrikt Delft.
Probleemstelling: Oost speelt een schoppen contract. Slechts
de relevante kaartverdeling is gegeven. Verklaring wedstrijdleider. In slag 9 speelt de leider (oost)
klavervrouw van tafel. Noord speelt bij. De leider toont duidelijk schoppenvijf.
Stopt deze na enig nadenken weer terug in de hand en doet een ruiten weg. Verklaring protesterende partij In slag 10 speelt de leider klavervrouw van
tafel. Noord speelt bij. De leider toont schoppen vijf. Stopt na enig nadenken
deze weer terug en legt een ruiten op tafel. Schoppenvijf is m.i. een gespeelde
kaart. Verklaring niet protesterende partij Schoppenvijf had ik nog in mijn hand + twee
andere troeven en ruitenboer. Klavervrouw was vrij. Het was de bedoeling hier
ruitenboer op weg te doen en de rest te claimen. Verklaring hoofdarbiter. Artikel 45c2 is van toepassing. Eens met de beslissing van de wedstrijdleider Antwoord: Hoe een kaart gespeeld moet worden is duidelijk beschreven in art. 45A (uit je hand nemen en zichtbaar voor je neerleggen). Daarna gebeuren er altijd zaken waarbij men zich moet afvragen of een kaart door een speler gespeeld is. Spelers denken niet goed na en beginnen een kaart te spelen en daarna nemen ze het weer terug etc. Dat zou eigenlijk niet moeten. Ik zou zeggen : Denk eerst na alvorens een kaart beet te pakken en te spelen. En als je zo’n kaart eenmaal pakt en gaat spelen, neem het dan ook niet meer terug. En als men zo niet te werk gaat (zoals in dit geval gebeurd is) dan kan het wel eens in je nadeel uitpakken. Uitgaande van de gegevens die ik nu heb zonder de verschillende mensen telefonisch benaderd te hebben het volgende. Wat de leider betreft staat in artikel 45 C2 inderdaad wat er moet gebeuren als de leider een kaart uit zijn hand pakt en laat zien. Daarbij staat in artikel 45C2 dat de kaart van de leider gespeeld is als deze de tafel raakt of nagenoeg raakt, maar ook als het zo gehouden wordt dat aangegeven wordt dat de kaart gespeeld is. Als de leider de Sch 5 zichtbaar voor zich houdt en zegt dat hij die gaat spelen, dan hoeft de kaart de tafel niet geraakt te hebben en moet zo’n Sch 5 gezien worden als een gespeelde kaart. Maar als de leider een kaart open houdt en nog zit te denken dan zou ik dat niet als een gespeelde kaart willen zien. De leider mag al zijn kaarten aan de tegenpartij laten zien en dan zijn die kaarten echt geen gespeelde kaarten. Het tegenspel zal wellicht wat gemakkelijker worden. Als de leider in dit geval de Sch 5 duidelijk zichtbaar voor zich gehouden heeft (en blijkbaar een tijdje ??) met zoals de leider zelf zegt de bedoeling om het te spelen blijft de vraag waarom hij het dan niet op tafel legt. Iedereen weet toch dat je dat doet als je een kaart speelt. En dat heb ik nog niet gehoord en dat zou ik van de leider willen weten. Het kan zijn dat de leider de Sch 5 wel wilde spelen maar toch nog zat na te denken (dat moet hij niet doen maar ja die dingen gebeuren) en dan is de kaart niet gespeeld als het niet de tafel raakt of nagenoeg raakt. Ik neem aan dat de WL vastgesteld heeft dat de leider niet gezegd heeft dat hij Sch 5 speelde en als de leider dat niet gezegd heeft dan is Sch 5 alleen gespeeld als de Sch 5 de tafel raakte of nagenoeg raakte. Dat is blijkbaar niet gebeurd en dan is de Sch 5 dus niet gespeeld. Je kunt het denk ik ook vergelijken met mensen die kaarten in hun hand beetpakken en tijdje vasthouden (niet zichtbaar voor de anderen aan tafel) en dan toch veranderen voor een andere kaart. Dan heeft men de eerste kaart wel willen spelen, maar toch weer niet helemaal (zoiets). Een waarschuwing om zo niet te spelen was op zijn plaats.
|