| |||||
|
Organisatie |
Parenwedstrijd. Niveau : Hoofdklasse
Probleemstelling: West heeft een grote strafkaart ♣7. Oost heeft de 6-de slag gewonnen en moet voorspelen in slag 7. De WL legt aan de leider Zuid uit dat hij nu van Oost mag eisen :
Zuid mag tenslotte ook :
Zuid kiest voor optie 3,
waarna Oost ♥A voorspeelt, daarmee slag 7
gewonnen wordt en Oost moet nu weer voorspelen in slag 8. Iedereen heeft in
slag 7 een ♥-kaart bijgespeeld en ♣7 ligt nog
steeds bij West als grote strafkaart. Antwoord: Zolang West de grote strafkaart ♣7 voor zich heeft liggen EN zijn partner Oost moet voorspelen krijgt de leider steeds in iedere slag de keuze uit de opties 1, 2 en 3 (art. 50D). Nu Oost aan slag gebleven is EN ♣7 als grote strafkaart bij West ligt mag Zuid dus weer een keuze maken. Zodra ♣7 weg is (nadat de leider keuze 1 of 2 gemaakt heeft of omdat West ♣7 heeft gespeeld ) heeft de leider bovengenoemde keuzes niet. Het antwoord op de vraag
is : |