| |||||
|
Organisatie |
Probleemstelling: De leider is in de tweede slag en moet vanuit de dummy voorspelen in de dummy ligt:
Leider vraagt om
♦A (die niet in de dummy aanwezig is) denkt even
na en vraagt vervolgens om ♣A. Antwoord: Dit is een geval van door de leider een kaart noemen die niet in de dummy ligt. In het nieuwe oranje spelregelboek (spelregels 2007) staat in art 46, onvolledige of foutieve benoeming van een kaart in de blinde onder punt B4 : “Als de leider een kaart noemt die niet in de blinde aanwezig is, is de aanduiding ongeldig en mag de leider elke reglementaire kaart kiezen”. Dat betekent dat jou beslissing dat de leider elke andere kaart mocht spelen prima was. Aangezien de leider daarna ♣A zei, is ♣A gespeeld.
|