NBB District Delft

verandering aanduiding kaart dummy


 

Nieuws/Home
Bridgelinks 
Archief
Bridgeclubs

Organisatie
Organisatie
ALV's & Verslagen
Kalender 11-12.pdf

Opleiding & Kader
Toekomstdrive
Cursussen & docenten

CL-A & CL-B cursus
Kaderdag

Wedstrijden info
Districts Competities
Viertallen informatie
Zomeravonddrives
Toernooien & drives

Uitslagen District 

Arbitragehoek

Probleemstelling :

Een vraagje over een leider die de genoemde kaart uit de dummy wil wijzigen.
We zitten in de 12-de slag en de spelers hebben nog de volgende kaarten:
 

                        Noord
                        (leider)  ♣ A 3

West: 4                            Oost 8 2
          ♣ 4

                        Zuid       V 5
                        (dummy)

West speelt 4, Noord speelt ♣3 en Oost 8.
Noord, de leider, zegt nu 5 en in één adem "V bedoel ik"
De wedstrijdleider keurde de vervanging goed, maar aarzelde achteraf wel.

Naar mijn idee hoort de arbiter de vervanging alleen goed te keuren als de leider hem
desgevraagd ("waarom heb je eerst 5 gespeeld") volledig kan overtuigen dat hij
NOOIT de bedoeling heeft gehad 5 te spelen. Dat lijkt mij voor de leider bijna
ondoenlijk, zodat het er in de praktijk waarschijnlijk op neer komt dat de
vervanging niet wordt toegestaan.

Mijn vragen:
1. Ben je het eens met mijn zienswijze?
2. Zo nee voor welke argumentatie van de leider zwicht je?
 

Antwoord:

In de spelregels staat in art 45C4(b) : “Tot zijn partner een kaart gespeeld heeft, mag een speler een onopzettelijke aanduiding
wijzigen, mits hij dit zonder denkpauze doet
. “ etc.

In de praktijk is het de leider die iets onopzettelijk aanduidt en niet de tegenspelers. “Zonder denkpauze”  betekent dat de speler in
kwestie (dus de leider in de praktijk) niet van gedachte mag veranderen. Wat ik altijd noem “GEEN CHANGE OF MIND”.

Dat van in één adem is niet belangrijk. Waar het om gaat is dat iemand niet ven gedachte veranderd!! Bijv. niet goed gekeken heeft,
eerst 5 wilde spelen, toen 8 zag liggen en daarna besloot V  te  spelen. Dat mag NIET.

Je zult moeten natrekken waarom de leider 5 gespeeld heeft. Als je als arbiter overtuigd bent van het feit dat de leider in dit geval V had
willen spelen maar zich versprak dan sta je de verandering toe. Je kunt de leider even van tafel meenemen en vragen waarom hij/zij 5 wilde
spelen. Afhankelijk van het antwoord kun je er misschien achter komen of de leider 5 wilde spelen of dat de leider zich versproken heeft.

Als je niet overtuigd bent van het feit dat de leider V wilde spelen, dan moet je 5 als gespeelde kaart beschouwen.
Uiteindelijk is het de leider die de problemen veroorzaakt.

Antwoord op vraag 1 :  In principe wel.

Antwoord op vraag 2 : De wijze waarop de mensen mij vertellen wat zij wilden doen geeft mij normaal gesproken aan wat zij in
werkelijkheid wilden spelen.